Historie

Fanfare Broekhuizenvorst en Ooyen Anno 2014

Broekhuizenvorst met gehucht Ooyen gelegen aan de Maas anno 1879 …..: klein, agrarisch, roomsch maar vooral arm. De kindersterfte is schrikbarend hoog en de gemiddelde levensverwachting laag. De weinig vruchtbare zandgronden bieden een karig bestaan aan de inwoners van wie de meeste als dagloners de akkers bewerken. Enkele zelfstandigen verdienen een dun belegde boterham als klompenmaker, wolspinner of tapper. Voor de gemiddelde Vorstenaar had 1879 weinig meer te bieden dan een kort leven waarin hard werken en de kerk centraal stonden. Uitzicht op verbetering was er nauwelijks en het is niet verwonderlijk dat de weinige mogelijkheden tot ontspanning die er waren zeer populair waren. Een hoogtepunt was de jaarlijkse toneelavond in januari.Voor de muzikale noten zorgde vaak de Harmonie van Lottum. Tijdens de winterkermis 1879 was het muzikale gehalte van de Lottumse muzikanten dusdanig bedroevend dat een aantal dorpsbewoners besloot een fanfaregezelschap op te richten. Dat gebeurde op 25 maart 1879.
Voor de aanschaf van 15 instrumenten was fl. 400,- nodig. Hiervoor hielden ze een huis aan huis aktie, die het voor die tijd, enorme bedrag van fl. 280,- opleverde. Het gemeentebestuur werd bereid gevonden dit bedrag aan te vullen en kon de fanfare aan de slag.
In de beginjaren trad de fanfare voornamelijk op binnen de gemeente. Feesten op zowel wereldlijk als geestelijk gebied, zoals een jubileum of de installatie van een nieuwe pastoor, maar ook minder feestelijke gelegenheden, zoals de begrafenis van een lid, werden met gepaste muziek opgeluisterd. In de loop der jaren werd ook meer opgetreden tijdens festivals en concerten in de regio en in 1893 maakte het korps haar eerste buitenlandse concertreis naar Walbeck. Het musiceren stond op de tweede plaats, gezelligheid stond voorop.
Inmiddels was de vereniging in 1885 harmonie geworden. Voornaamste drijfveer achter die overgang was het hoofd der school P.J.V.Kellenaers, die eerder dat jaar tot dirigent was benoemd. Hij zou lange tijd een belangrijke rol spelen, ook buiten de vereniging. Zo wist hij in 1887 een aantal zang- en muziekverenigingen te bundelen in de Maasbond.
Vanaf 1924 zou een andere direkteur, wederom hoofd der school P.A.Coenders 33 jaar lang zijn stempel op de vereniging drukken, die in het begin van de eeuw weer fanfare was geworden. Hij was een muziekman in hart en nieren.
Oorlog en bezetting maakten het repeteren en uitvoeren steeds moeilijker en op 31 december 1941 werd besloten alle activiteiten stop te zetten. Bevrijding en evacuatie hadden eveneens vervelende gevolgen, het instrumentarium was verdwenen of beschadigd, slechts 3 instrumenten bleven ongeschonden. Het duurde tot 19 april 1946 voordat de repetities weer konden worden hervat. In 1956 trad de fanfare toe tot de Felimaas.
Onder leiding van de heer M.Stevens uit Well nam men in 1962 te Grathem voor de eerste maal deel aan een bondsconcours, met als resultaat een 1e prijs. Met de komst van dirigent Jos Rijken uit Broekhuizen, die in 1961 de heer Stevens opvolgde, begon voor de fanfare een ongekende muzikale bloeiperiode. In 7 jaar tijd stootte men door van de derde afdeling naar de ereafdeling. In die tijd werd ook opgetreden voor ca 400.000 enthousiaste Duitsers tijdens een schuttersfeest in Neuss in 1967. Een koninklijk publiek en talloze tv. kijkers tijdens het defile bij gelegenheid van de 59e verjaardag van H.M. Koningin Juliana te Soestdijk in 1968 en een enthousiast publiek in het Amsterdamse Paradiso bij een uitvoering van experimentele wereld premiere van Bernard van Beurden met fluittiste Djill Engelhart in 1970. Een krantenartikel vermeldt: Limburgse vetkuiven veroveren Paradiso. Inmiddels had de fanfare zich in 1965 voor het eerst in een volledig uniform gestoken, dat de uniformpet, in gebruik sinds 1950, verving. Hoewel 1979 een feestelijk jaar was met de zeer geslaagde viering van het honderd jarig bestaan, was het op muzikaal gebied een erg moeilijk jaar. Enkele dirigenten stonden voor het korps en uiteindelijk werd de heer Wout Weijmans uit Blerick benoemd tot de nieuwe dirigent. In 1980 nam de fanfare deel aan een buitenlands concours in het Duitse Haaren met groot succes. In de daarop volgende jaren werd met goed resultaat aan enkele concoursen in de afdeling uitmuntend deelgenomen. In 1986 werd Math Lemmen dirigent en in 1991 nam de jeugdige dirigent Ron van den Beuken uit Meterik de direktie over. Onder zijn muzikale leiding bloeide de fanfare Broekhuizenvorst en Ooyen weer op die gehoord en gezien mag worden. Daarna stond het korps achtereenvolgens onder leiding van Jos Kuipers 2002 tot 2007 en Geert Nellen 2007 tot 2010 en sinds 2011 Jo Laumen. De fanfare telt ongeveer 40 muzikanten en 15 tal leerlingen in opleiding en komt uit in de 2e divisie.

Meer verenigingskeuze, minder geboortes en leegloop van het dorp heeft ook zijn invloed op de vereniging. Vreugde, uitdagingen en sociale contacten zijn het hart van de vereniging.
Dat de bevolking de fanfare waardeert blijkt uit de royale giften tijdens de jaarlijkse donateurs rondgang. Een belangrijke bron van inkomsten is het inzamelen van oud papier in de voormalige gemeente Broekhuizen.

Naast het opluisteren van concerten in binnen en buitenland is de fanfare ook present bij jubilea’s, bijzondere gebeurtenissen in het dorp, Kerkelijke en Nationale gebeurtenissen. Na de repetitie op de vrijdagavond wordt door een grote groep muzikanten aan de stamtafels nog lang over de muziek en alledaagse dingen nagekaart.

Vorster Kapel.
In 1962 werd uit leden van de fanfare de welbekende “Vorster Kapel” opgericht. De eerste jaren werd veelal opgetreden in de directe omgeving en in de aanliggende Duitse grensstreek.
De Vorster Kapel veroverde de landstitel in de heuvel klasse in Den Dungen. Het grootste succes was in 1975 met diverse TV optredens in binnen en buitenland met Joost Nuissl met de tophit: “Wat ben ik blij dat ik je niet vergeten ben”. Verder hoogte punten waren concertreizen naar de Prager Winter in 1984 en de Oktoberfeesten in het Spaanse Calella in 1996. De Vorster Kapel hield op te bestaan in 2007.